Voorgeschiedenis Soesterkwartier

Toen het Soesterkwartier er nog niet was.
Toen het Soesterkwartier er nog niet was trof de wandelaar hier een afwisselend landschap aan, een natuurgebied met grote en kleine stukken ‘kreupelbos’, met ‘bergies’ en met dalen. Maar er lagen ook heidegronden en er was bouwland. Tot in de negentiende eeuw is er ook aan deze kant van Amersfoort, aan de tabaksteelt gedaan. Het bouwland en de tabaksakkers waren voor zover nodig afgeschermd met wallen en heggen van eikenhout. Hoger op de berg en in het bos werden schapen geweid. Meer westelijk lag de heerlijkheid Isselt, bestaande uit landerijen en een kapelletje en verderop lag Soest. Deze regio was vooral in de achttiende eeuw een ‘lustoord’ voor prominente Amersfoorters.

In de negentiende eeuw hebben verscheidene hooggeplaatste militarien hier hun onderkomen gezocht. Ook aan deze kant van Amersfoort lagen enkele buitenplaatsen met fraaie tuinen om in te wandelen en te genieten van het goede buitenleven. Langs de stille zijde van de Eem stonden tegenover het pakhuis de Spijker verscheidene speelhuisjes met playsirtuintjes voor het nodige vermaak. De namen van sommige buitenhuizen zijn nog bekend: Berg en Dal, de Hooiberg, Puntenburg en Birkhoven. Andere namen waren de Knoesthof, Eemlust, Belvedère, de Triangel en Ma Retraite. Het huis De Hooiberg heeft een aantal jaren dienst gedaan als buitensocieteit en was met name bij de militairen erg in trek.

 

Het is nauwelijks voorstelbaar dat ruim honderd jaar geleden de wijk het Soesterkwartier nog niet bestond. Op deze romantische ets van Thomas Doesburgh uit het begin van de achttiende eeuw is het buitengebied ten noordwesten van Amersfoort goed te zien. Linksboven de Koppelpoort en de Eem, in het midden de Lieve Vrouwetoren en rechts naar het oosten de molens buiten de Utrechtsepoort.

En dit is een bekende afbeelding van de Buitenplaats Puntenburg rond 1800 toen de Amersfoortse dichter Pieter Pijpers er woonde. (Bron: uitgave Eemlandsch Tempe of Clio op Puntenburg)

…………………………………………………………………………………………………

EEMLANDSCH TEMPE OF CLIO OP PUNTENBURGH

Rond 1800 wandelde Pieter Pijpers door de omstreken van Amersfoort en door Eemland . De gedichten die getuigen van die wandelingen zijn in 1803 uitgegeven onder de titel Eemlandsch Tempe of Clio op Puntenburg.

Maar, Godlief! nog vlug ter been
Spoeden wij ons naar ’t bergje heen
Zie hoe ’t prijk’ met landsieraaden,
Onder Schaduw van lindebladen
Laaten wij zijn’ top betreen..

Puntenburgh! Geheel uw lover
Zien wij, opgestegen over
Ja, ons oog weid rond in ’t oort
Om uw kleenen kreits gelegen
Wat gebergte, dalen, wegen!
‘k Heb u mede in ’t oog gekregen
Torenspits van Amersfoort.
………………………………………………………………………………………………… 

> Meer over Puntenburg en Pieter Pijpers

 

Terug